Veelgestelde vragen

Hier vindt u veelgestelde vragen gesorteerd per rechtsgebied
Hieronder vindt u algemeen geschetste antwoorden op veelgestelde vragen. Ieder geval is anders en de specifieke omstandigheden van uw situatie kunnen een grote rol spelen bij het formuleren van het juiste juridisch advies. Schroom niet om te bellen naar 020 – 6731311, dan kunnen wij u persoonlijk helpen.
Wanneer heeft u recht op een Ziektewetuitkering?
Bij langdurige ziekte komt u mogelijk in aanmerking voor een ziektewetuitkering. Om hiervoor in aanmerking te komen moet u voldoen aan een aantal voorwaarden: - U mag geen recht hebben op doorbetaling van loon van een werkgever. - Er moet door een verzekeringsarts van het UWV  vastgesteld zijn dat u ziek bent en dat u niet in staat bent uw normale werkzaamheden te verrichten. - U moet zich uiterlijk de tweede dag dat u ziek bent ziek gemeld hebben bij het UWV. - U moet zich aan een aantal voorschriften houden, zoals het geven van informatie aan het UWV, het niet belemmeren van herstel en verplichte verschijning bij het spreekuur van de verzekeringsarts. - U mag geen benadelingshandeling plegen. Dit is het geval als u eigenlijk nog recht heeft op doorbetaling van loon van uw werkgever maar dit recht opgeeft, bijvoorbeeld door het tekenen van een vaststellingsovereenkomst. - U mag niet verhuizen naar het buitenland of in de gevangenis zitten. Als u voldoet aan de bovenstaande voorwaarden betekent dit niet automatisch dat u een uitkering krijgt. Dit wordt beoordeeld door het UWV. Hiervoor kunnen wij dan ook geen garantie geven. Voor het aanvragen van een uitkering en voor aanvullende informatie kunt u kijken op de website van het UWV.
Kan ik de partneralimentatie wijzigen dan wel beëindigen?
De hoogte van de partneralimentatie wordt berekend aan de hand van de behoefte van de alimentatiegerechtigde en draagkracht van de alimentatieplichtige. Voor een wijziging dient er in ieder geval sprake te zijn van een verandering van financiële omstandigheden aan de zijde van de alimentatiegerechtigde of aan de zijde van de alimentatieplichtige. Hierbij valt te denken aan werkeloosheid, arbeidsongeschiktheid, hertrouwen met nieuwe partner of het krijgen van een hoger inkomen. Als u en uw ex-partner onderling geen afspraak kunnen maken over wijziging van de partneralimentatie, dan dient dit via de rechter geregeld te worden middels een verzoekschriftprocedure. Hiervoor heeft u altijd een advocaat nodig. De rechter bekijkt of de wijziging van de persoonlijke omstandigheden niet aan uzelf te wijten valt.
Wat is een concurrentiebeding, wat zijn de gevolgen van een concurrentiebeding en wat kan je er aan doen om hier onderuit te komen?
Een concurrentiebeding kan worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst. Dit is een bepaling waarin staat waar de werknemer zich aan moet houden als hij bij een andere werkgever wil gaan werken. De werknemer wordt daarbij beperkt in zijn vrijheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op een bepaalde wijze werkzaam te zijn bij andere werkgevers of als zelfstandige. Een werkgever kan er bijvoorbeeld grote belangen bij hebben dat de werknemer niet bij een concurrent werkzaam is. Een concurrentiebeding kan aan het begin van de arbeidsrelatie worden overeengekomen, maar deze kan ook later worden opgenomen in het contract. In deze bedingen kunnen bepalingen staan over welke werkzaamheden je wel of niet mag uitvoeren, over het type nieuwe werkgever, over de plaats van de werkzaamheden en over de duur van het concurrentiebeding. Door dit beding worden er rechten of plichten geschapen voor de werknemer. Deze verschillen per geval en zullen dus in elk concreet geval vastgesteld dienen te worden. Door het concurrentiebeding niet te accepteren bij de onderhandelingen over een contract kan je hier onderuit komen. Als je eenmaal vast zit aan concurrentiebeding kan je in overleg gaan met de werkgever. Daarnaast kan de werknemer die vastzit aan het concurrentiebeding naar de rechter om vernietiging/matiging van het beding vragen. Wanneer de geldigheid van een concurrentiebeding aan de rechter wordt voorgelegd, zal deze de belangen van beide partijen afwegen. De rechter zal dit doen in het licht van hetgeen beide partijen bij het aangaan van het concurrentiebeding hebben verklaard en verwacht.
Heb ik als onderhuurder huurbescherming?
Huurbescherming betekent dat de verhuurder niet zomaar de huur op kan zeggen. U bent aan te merken als onderhuurder als u huurt van de hoofdhuurder welke vervolgens van de hoofdverhuurder huurt. Als onderhuurder verschilt uw positie wat betreft huurbescherming ten opzichte van de hoofdverhuurder in de volgende twee situaties: 1. U bent onderhuurder van een zelfstandige woning. Dat wil zeggen: een woning met eigen toegang welke u kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning zoals bijvoorbeeld een toilet. In deze situatie geniet u huurbescherming tegenover de hoofdverhuurder. Als de huurovereenkomst tussen de hoofdhuurder en de hoofdverhuurder eindigt, kan de hoofdverhuurder u dus niet zomaar op straat zetten. U zult dan de plaats van de hoofdhuurder innemen. Dit moet u wel melden aan de hoofdverhuurder. De hoofdverhuurder kan binnen 6 maanden bij de rechter vorderen dat de huurovereenkomst toch zal eindigen. Dit kan alleen op grond van de volgende redenen:
  • U kunt de woning niet betalen.
  • U bent de onderhuur alleen maar aangegaan zodat u vervolgens de positie van hoofdhuurder aan kon nemen.
  • Het kan niet van de hoofdverhuurder verwacht worden dat hij de huurovereenkomst voortzet, bijvoorbeeld omdat de huurprijs te laag is.
  • U heeft geen Huisvestingsvergunning, terwijl dat voor uw woning wel nodig is
2. U bent onderhuurder van een onzelfstandige woning. In deze situatie geniet u geen huurbescherming tegenover de hoofdverhuurder. Als de huurovereenkomst tussen de hoofdhuurder en de hoofdverhuurder eindigt, moet u een nieuwe woonruimte zoeken. U geniet altijd huurbescherming tegenover de hoofdhuurder (dit is degene die aan u verhuurt). In het geval dat u bijvoorbeeld zonder woonruimte komt te zitten omdat de hoofdhuurder verwijtbaar de woonruimte waarin u een kamer huurt kwijtraakt, kan het zijn dat u recht heeft op schadevergoeding van de hoofdhuurder. Daarnaast kan de hoofdhuurder waarvan u onderhuurt, u niet zomaar op straat zetten. Dit kan alleen op grond van één van de redenen genoemd in de wet. Deze zijn te vinden in artikel 274 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Wat is de bijstand en wanneer kom ik hiervoor in aanmerking?
De bijstand is een vangnet voor mensen die niet meer kunnen voorzien in hun eigen levensonderhoud. De bijstand wordt verleend door de gemeente. Als u bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam een uitkering aanvraagt, moet u ook in de gemeente Amsterdam wonen. De voorwaarden voor een bijstandsuitkering zijn:
  • U bent Nederlander 
  • U woont in Nederland
  • U bent ouder dan 18 jaar
  • U bent niet ouder dan 65 jaar.
  • U heeft te weinig inkomen om van rond te komen. Onder inkomen valt:
  •  netto inkomsten uit werk;
  •  netto winst uit onderneming;
  •  een WW-, Wajong- of WIA-uitkering;
  •  alimentatie voor u en/of uw kinderen;
  •  sommige heffingskortingen van de Belastingdienst;
  •  studiefinanciering.
-        U heeft geen eigen vermogen. Naast een inkomensgrens geldt een vermogensgrens van €11.700,- voor een gezin en een alleenstaande ouder en € 5.850,- voor een alleenstaande (bedragen voor 2014). Schulden worden van uw vermogen afgetrokken. Een studieschuld en alle andere schulden die niet direct opeisbaar zijn, tellen niet mee. Met vermogen wordt bedoeld:
  • spaargeld (ook van de kinderen);
  • bezittingen (auto, boot, caravan, huis);
  • erfenissen, geldprijzen.
Er zijn ook een aantal verplichtingen voor u als u een bijstandsuitkering ontvangt. Indien u hier niet aan voldoet, kan de gemeente de bijstandsuitkering verlagen of stopzetten. Indien u een bijstandsuitkering ontvangt heeft u de volgende verplichtingen:
  • U staat ingeschreven als werkzoekende bij het UVW.
  • U voldoet aan de sollicitatieverplichting (tijdelijke ontheffing is mogelijk).
  • U dient mee te werken aan bijvoorbeeld een sollicitatietraining als de gemeente die geeft.
  • U dient de gemeente de juiste informatie te geven die van invloed kan zijn op het uitkeringsbedrag, bijvoorbeeld als u gaat samenwonen.
  • U dient mee te werken aan huisbezoeken en psychologisch- en medisch onderzoek.
Er zijn ook gevallen dat u geen recht heeft op een bijstandsuitkering;
  • Indien u militair bent.
  • Indien u langer dan 4 weken per kalenderjaar in het buitenland bent.
  • Indien u studiefinanciering ontvangt.
  • Indien u in staking bent en daarom geen inkomen ontvangt.
  • Indien u in de gevangenis zit. Dit geldt niet indien u met proefverlof bent.
Kijk voor meer informatie op de site van de gemeente Amsterdam.
Hoe kan ik een erfenis accepteren dan wel verwerpen?

Als erfgenaam kunt u de erfenis zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen.

Zuiver aanvaarden

Zuivere aanvaarding betekent dat de erfgenaam alle bezittingen en schulden overneemt. Er kan op de volgende manieren zuiver aanvaard worden:
-        Door middel van een verklaring.
-        Door middel van handelingen van de erfgenaam.
-        Wanneer de rechter een termijn heeft gesteld waarbinnen een keuze gemaakt moet worden en de erfgenaam binnen deze termijn geen keuze heeft gemaakt (stilzitten).

Beneficiair aanvaarden

In het geval van beneficiaire aanvaarding neemt de erfgenaam alle bezittingen en schulden over. De erfgenaam is echter alleen verplicht de schulden te betalen voor zover deze niet de waarde van de bezittingen overschrijden. De erfgenaam is derhalve niet aansprakelijk voor de schulden van de erflater. Beneficiair aanvaarden kan door middel van een verklaring. Deze verklaring dient de erfgenaam af te leggen bij de rechtbank waar de erflater het laatst woonachtig was.

Verwerpen

Bij verwerping van de erfenis doet de erfgenaam afstand van de bezittingen van de erflater. De erfgenaam kan geen aanspraak meer maken op de bezittingen en is ook niet aansprakelijk voor de schulden van de erflater.

Hoe kan ik als vader mijn kind erkennen?
Erkennen van een kind kan op verschillende manieren:
  • Erkenning van het kind tijdens de zwangerschap: U kunt het kind in elke gemeente in Nederland erkennen. U heeft hiervoor wel de toestemming van de moeder nodig. Deze toestemming kan tijdens het erkennen geschieden of schriftelijk via een verklaring.
  • Erkennen tijdens de aangifte: U kunt het kind erkennen tijdens de aangifte in de gemeente waar het kind is geboren. Wanneer de moeder niet bij de erkenning aanwezig kan zijn, dient zij schriftelijk toestemming voor de erkenning te geven.
  • Erkennen anders dan bovenstaande momenten: U kunt het kind te allen tijde erkennen. Wanneer het kind ouder dan twaalf jaar is, dient deze zelf schriftelijk toestemming te geven. Wanneer het kind nog geen zestien jaar is, dient de moeder ook schriftelijk toestemming te geven
Wanneer moet ik kinderalimentatie betalen en hoe wordt dat vastgelegd?
Ouders zijn verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen. Indien ouders gaan scheiden dienen ze o.a. afspraken te maken over de het financiële onderhouden van hun kinderen. Sinds 1 maart 2009 zijn ouders die gaan scheiden, verplicht om een ouderschapsplan op te stellen waarin onder andere de kinderalimentatie geregeld moet worden. Het is de bedoeling dat ouders na de scheiding gezamenlijk verantwoordelijk blijven voor de kinderen. Het ouderschapsplan moet een bijdrage leveren aan het verminderen van de (echt)scheidings- en omgangsproblematiek. Het ouderschapsplan wordt tezamen met het verzoekschrift tot echtscheiding ingediend bij de rechter. De rechter toetst de kinderalimentatieafspraak altijd en toetst of de afspraken in het belang van het kind zijn. Voor de hoogte van de kinderalimentatie zal de rechter kijken naar de draagkracht van degene die tot alimentatie is verplicht en de behoefte van het kind. De alimentatie wordt jaarlijks met een door de overheid vastgesteld percentage aangepast volgens de loonstijgingen. Als ongehuwde ouders uit elkaar gaan dan is er geen tussenkomst van de rechter vereist. De kinderalimentatie kan dan opgenomen worden in een overeenkomst.
Wat kan ik doen als ik als consument iets heb gekocht dat niet (goed) werkt?
Als u iets (een product) koopt, dan dient het goed te werken. Dit wordt het conformiteitsvereiste genoemd. Er is sprake van non-conformiteit indien (1) het product binnen 6 maanden na aankoop een gebrek vertoont (doet een gebrek zich in die periode voor dan wordt vermoed dat het gebrek aanwezig was ten tijde van de koop) (2) indien het product gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Wanneer er sprake is van non-conformiteit kunt u als consument nakoming van de overeenkomst vorderen. Hier vallen drie mogelijkheden onder: ▪ Aflevering eisen van het ontbrekende; ▪ Herstel eisen van de afgeleverde zaak; ▪ Vervanging eisen van de afgeleverde zaak; Let erop dat binnen twee maanden na constatering van non-conformiteit de non-conformiteit (schriftelijk) bij de verkoper gemeld moet worden. In beginsel moet de koper de verkoper de mogelijkheid bieden om het gebrek te herstellen. Dit houdt in dat de koper eerst herstel kan eisen en pas later vervanging. De koper kan hiertoe het beste een schriftelijke ingebrekestelling opsturen. Dit betekent dat je de verkoper een (aangetekende) brief stuurt, waarin je eist dat het product binnen een redelijke termijn wordt gerepareerd of vervangen. Wij kunnen u daar eventueel bij helpen. U kunt als consumentenkoper kiezen tussen vervanging of teruggave van de koopprijs. Indien de verkoper niet reageert op de ingebrekestelling, dan is hij in verzuim. Dan kunt u de koop ontbinden. Omdat er dan sprake is van wanprestatie kunt u ook eventueel schadevergoeding vragen. NB: De meeste regels in het consumentenrecht zijn dwingend recht. Dit betekent dat daarvan niet mag worden afgeweken ten nadele van de consument. Als een bedrijf toch van deze regels afwijkt, bijvoorbeeld in haar algemene voorwaarden, dan zijn deze voorwaarden niet rechtsgeldig.
Hoe kan ik een aankoop via internet ongedaan maken?
Een aankoop via internet of telefoon wordt in het consumentenrecht een koop op afstand genoemd. Op grond van art. 6:230o BW heeft u als koper 14 werkdagen na ontvangst bedenktijd. U kunt binnen deze bedenktijd van 14 werkdagen de koopovereenkomst zonder opgaaf van reden ontbinden. Indien u de koopovereenkomst wilt ontbinden, dient u de verkoper hiervan schriftelijk (via e-mail) op de hoogte te stellen. Webwinkels zijn verplicht om u op dit recht te wijzen en een modelformulier voor herroeping beschikbaar te stellen. Bent u door de verkoper niet geïnformeerd over dit recht, dan wordt de bedenktijd verlengd tot 1 jaar. Zodra u de koop ontbonden is, heeft u recht op teruggave van het aan de verkoper betaalde bedrag. U dient alleen de kosten voor het terugzenden zelf te betalen. De verkoper kan u geen annuleringskosten of iets dergelijks in rekening brengen. NB. U kunt gerust uw aankoop openmaken om te bekijken. Ga hierbij wel voorzichtig te werk, zodat u geen schade aanbrengt.
Wanneer kan ik mijn lidmaatschap of abonnement opzeggen?
Vanaf 1 december 2011 is er nieuwe wetgeving over de opzegtermijnen van abonnementen. Deze regels zorgen ervoor dat je minder lang aan je abonnement of lidmaatschap vastzit. De termijnen verschillen per soort abonnement. Voor een lidmaatschap op een tijdschrift dat minstens één keer per maand levert, geldt een opzegtermijn van maximaal een maand. Voor een tijdschrift dat minder dan één keer per maand levert, geldt een termijn van maximaal drie maanden. Deze abonnementen mogen nog wel stilzwijgend verlengd worden, maar dit mag maximaal voor de duur van drie maanden. Bij een telecom abonnement geldt een opzegtermijn van een maand bij abonnementen van onbepaalde tijd. Abonnementen van bepaalde tijd kunnen niet voortijdig worden opgezegd. Een telecom abonnement mag maximaal voor een periode van een jaar stilzwijgend worden verlengd door de aanbieder. U kunt in deze verlengde periode altijd met een opzegtermijn van een maand opzeggen. Bij andere soorten abonnementen, zoals bijv. de sportschool of de bibliotheek, geldt er een opzegtermijn van maximaal één maand na de eerste contractperiode. Na de eerste contactperiode is stilzwijgende verlenging niet meer mogelijk. Uw jaarabonnement bij de sportschool kan dus niet opeens met een jaar worden verlengd zonder uw toestemming.
Wanneer en hoe kunt u algemene voorwaarden betwisten?
Er zijn twee mogelijkheden om algemene voorwaarden te betwisten. De eerste is dat de algemene voorwaarden u niet ter hand zijn gesteld en u dus geen redelijke mogelijkheid heeft gekregen om de algemene voorwaarden in te zien. De tweede mogelijkheid is  als de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn. De omstandigheden bepalen of een bepaling onredelijk bezwarend is. Uw belangen als koper worden afgezet tegen de belangen van de verkoper. Ook wordt er gekeken naar het type overeenkomst en hoe de voorwaarden tot stand zijn gekomen. Indien de algemene voorwaarden u niet ter hand zijn gesteld of deze onredelijk bezwarend zijn, kunt u de leverancier per aangetekende brief laten weten dat u één of meer bepalingen vernietigt. Vermeld hierbij duidelijk waarom u de bepaling vernietigt. Reageert de leverancier niet of houdt hij vast aan zijn algemene voorwaarden? Dan kunt u de zaak voorleggen aan de geschillencommissie waarbij de leverancier is aangesloten, een buitengerechtelijke verklaring opstellen waarin u een beroep doet op de vernietiging van de algemene voorwaarden of naar de rechter stappen.
Hoe kan ik een koop aan de deur (colportage) ongedaan maken?
Er is sprake van colportage als u iets aan de deur koopt dat meer kost dan 34 euro en het initiatief van de verkoop bij de verkoper ligt. Er is dus geen sprake van colportage als u de verkoper zelf heeft uitgenodigd. Is er sprake van colportage dan is op de verkoop de Colportagewet van toepassing en wordt u als consument extra beschermd. Wilt u  van de koop af, dan heeft u binnen 8 dagen het recht om zonder opgaaf van redenen de koop te ontbinden. Deze 8 dagentermijn gaat lopen op het moment dat u de koopovereenkomst tekent en een exemplaar van deze koopovereenkomst overhandigd krijgt. U dient een brief te schrijven waarin u ontbinding van de koopovereenkomst inroept en u heeft recht op teruggave van uw geld indien al betaald heeft.
Wat is borg en mag een verhuurder dit vragen?
Borg biedt een waarborg voor mogelijke herstelkosten die de verhuurder moet maken indien het gehuurde door de huurder met schade wordt achtergelaten. Ook kan de verhuurder deze borg verrekenen met achterstallige huurpenningen die bij het verlaten van de woning niet zijn voldaan. Een verhuurder mag bij het aangaan van een nieuw huurcontract een borg vragen. Er is geen wettelijke regeling over vaststelling van borg. De verhuurder is vrij te bepalen wat de hoogte is van de borg. Echter wordt het over het algemeen wel onredelijke geacht als deze hoger is dan driemaal de huursom. Het is belangrijk om schriftelijk overheen te komen wat de status is van de woning om moment van oplevering. Dit kan door middel van een schriftelijk ondertekende overeenkomst, waarbij het ook is aan te bevelen om foto's van de woning op te nemen in deze overeenkomst. Verder is het van groot belang dat er een kwitantie wordt afgegeven op het moment dat de borg in contante wordt betaald. Dit is niet van belang op het moment dat via de bank- of girorekening wordt overgemaakt.
Wat moet ik doen om mijn borg terug te krijgen?
De borg behoort automatische door de verhuurder te worden terugbetaald op het moment dat de woning in goede staat wordt afgeleverd bij vertrek van het gehuurde. Over de vraag of de woning in goede staat is achtergelaten kan verschil van mening ontstaan. Let daarom op het volgende: - Is er sprake van een opleveringsrapport? Een opleveringsrapport is een overeenkomst waarin wordt opgenomen wat de staat is van de woning op moment van oplevering.
  • Zo ja, dan dient aan de hand van dat rapport te worden beoordeeld of de woning in dezelfde staat in achtergelaten als op het moment dat huurder de woning betrok.
  • Zo nee, en is het huurcontract aangegaan na 1 augustus 2003, dan dient de verhuurder te bewijzen dat de woning niet in dezelfde staat verkeert als op het moment dat de huurder het gehuurde betrok.
-  Is het huurcontract aangegaan voor 1 augustus 2003, dan dient de huurder te bewijzen dat de woning niet in dezelfde staat verkeert als op het moment dat de huurder het gehuurde betrok. Als de verhuurder niet bereidwillig is om de waarborgsom terug te betalen, kan deze worden terug gevorderd op grond van onverschuldigde betaling.
Wanneer heeft de verhuurder het recht om de huur op te zeggen?
De huurder en de verhuurder kunnen het eens zijn over beëindiging van de huurovereenkomst en deze met wederzijds goedvinden beëindigen, bijvoorbeeld als de huurder expliciet instemt met een opzegging door de verhuurder. Indien de verhuurder van zijn kant de huurovereenkomst wil opzeggen is deze opzegging gebonden aan een aantal voorschriften.
  • Er moet worden opgezegd per aangetekende brief of bij deurwaardersexploot.
  • De verhuurder moet hierin de opzeggronden vermelden.
  • Het moet gaan om een of meer  wettelijke opzeggronden (hieronder).- Een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd dient opgezegd te worden tegen een voor betaling van de huurprijs geldende dag, meestal is dat de eerste van de maand.
  • Er moet een opzegtermijn in acht worden genomen, variërend van 3 tot 6 maanden. De minimum opzegtermijn is drie maanden. Voor elk jaar dat de huurder ononderbroken in het genot van het gehuurde is geweest komt er een maand bij, met een maximum van zes maanden. Stel: het gaat om een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij de huur op de eerste van de maand verschuldigd is. De huurder bewoont de woning twee en een half jaar. De opzegtermijn is dan 3+2=5 maanden. Op 15 juni zegt de verhuurder de huur op. Dat kan dan gebeuren tegen 1 december. Niet tegen een eerdere datum,wel tegen een latere, bijvoorbeeld 1 januari. Zegt de verhuurder toch tegen een eerdere datum op dan wordt de opzegging beschouwd te zijn gedaan tegen de voorgeschreven datum: 1 december.
De verhuurder kan een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd opzeggen met inachtneming van een aantal in de wet opgenomen opzeggronden. Deze kan men vinden in artikel 7:274 BW. De wettelijke opzeggronden zijn:
  1. De huurder heeft zich niet als goed huurder gedragen. Hierbij moet men denken aan het feit dat een huurder bepaalde verplichtingen heeft, zoals het betalen van de huur, zich onthouden van wangedrag en de buren geen overlast bezorgen. Voldoet de huurder niet aan zijn verplichtingen dan gedraagt hij zich niet al een goed huurder.
  2. Het huurcontract is tijdelijk aangegaan.
  3. De verhuurder heeft de kamer dringend nodig voor eigen gebruik. De verhuurder moet aannemelijk maken dat hij de kamer zo dringend nodig heeft, dat het voortzetten van de huurovereenkomst niet meer redelijk is. Tijdens een procedure zal de rechter de belangen van de huurder en de verhuurder afwegen. De rechter zal eventueel ook kunnen oordelen dat de verhuurder 'passende' vervangende woonruimte voor de huurder moet zoeken. Let wel op, koop breekt geen huur! Indien de verhuurder de woning wil verkopen is dit in beginsel geen geldige opzeggrond.
  4. De huurder weigert een redelijk aanbod voor een gewijzigde huurovereenkomst te accepteren.
  5. De verhuurder wil de woning een bestemming geven die overeenstemt met het bestemmingsplan.
De overeenkomst eindigt niet automatisch door opzegging door de verhuurder. Als de huurder binnen 6 weken schriftelijk afwijzend reageert of binnen die zes we­ken in het geheel niet reageert, kan de verhuurder - als hij de beëindiging wil doorzetten - een verzoek aan de Kantonrechter doen om het tijdstip te bepalen waarop de overeenkomst zal eindigen. Bij de behandeling van het verzoek neemt de rechter uitsluitend de in de opzegging vermelde gronden in aanmerking.
Wat is een aanzegtermijn en wat zijn de gevolgen daarvan bij een tijdelijke contract?
Op het moment dat uw werkgever en u een tijdelijk contract van 6 maanden of langer sluiten geldt er op grond van art. 7:668 BW een aanzegtermijn. Een aanzegtermijn houdt in dat uw werkgever uiterlijk 1 maand voordat het contract eindigt moet aangeven of de overeenkomst wordt voortgezet of niet. Ook moet de werkgever bij een voortzetting de voorwaarden waaronder hij de arbeidsovereenkomst wil voorzetten overleggen met u. Indien de werkgever deze verplichting in het geheel niet nakomt, is hij een vergoeding verschuldigd aan u. Deze vergoeding is gelijk aan het bruto maandsalaris en kan op een aantal manieren worden berekend. Dit is afhankelijk van het contract. Houdt de werkgever zich wel aan de aanzeg plicht, maar geeft hij het te laat aan? Dan is hij een evenredige vergoeding verschuldigd. Stel de werkgever is 1 week te laat, dan moet hij een weeksalaris vergoeden. De werkgever is geen vergoeding verschuldigd in de volgende gevallen: - bij faillissement; - indien aan hem een uitstel van betaling is verleend; - indien de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing is.
Hoe zit het met de proeftijd bij een tijdelijk contract?
Indien uw werkgever en u een proeftijd overeenkomen, is deze voor beide partijen gelijk. Een proeftijd moet schriftelijk worden overeengekomen. Of uw werkgever en u een proeftijd kunnen afspreken, is afhankelijk van de duur van het contract.
  • Indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden, kan er geen proeftijd worden overeengekomen.
  • Indien het gaat om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van langer dan zes maanden en korter dan twee jaar, geldt er een proeftijd van maximaal een maand.
  • Indien het gaat om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twee jaar of langer, geldt er een proeftijd van maximaal twee maanden.
Daarnaast is het zo dat wanneer een tijdelijk contract wordt verlengd, er geen nieuwe proeftijd in het nieuwe contract mag worden opgenomen. Hier is 1 uitzondering op: wanneer er andere vaardigheden en verantwoordelijkheden van de werknemer worden gevraagd mag een nieuwe proeftijd wel.
Wat is een concurrentiebeding en wat zijn de gevolgen daarvan?
Dit is een beding in het contract waarin staat waar u zich aan moet houden als u bij een andere werkgever of als zelfstandige wil gaan werken. Het gaat om een verbod om na het einde van het contract soortgelijke werkzaamheden uit te oefenen. Sinds de intreding van de Wet Werk & Zekerheid op 1 januari 2015, is het niet meer mogelijk om in een nieuw tijdelijk contract een concurrentiebeding op te nemen. Als de werkgever dit wel doet, dan is het beding nietig. Op deze regel is 1 uitzondering, opgenomen in art. 7:653 lid 2 BW.Wanneer de werkgever schriftelijk kan motiveren dat het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs - of dienstbelangen. Op dat moment mag de werkgever, ondanks dat het gaat om een tijdelijk contract toch een concurrentiebeding opnemen. De werkgever moet de schriftelijke motivering wel in het contract opnemen, want zonder schriftelijke motivering geldt het beding niet. Maar ook als de werkgever wél schriftelijk gemotiveerd heeft aangegeven dat er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, kan een rechter later vaststellen dat dit belang toch niet aanwezig was. De verwachting is dat rechters zeer kritisch zullen toetsen als het gaat om tijdelijke arbeidscontracten met een concurrentiebeding.
Is de werkgever verplicht om loon door te betalen bij ziekte?
Bij ziekte is uw werkgever verplicht om uw loon door te betalen zolang uw contract nog loopt met een maximum van twee jaar. U heeft recht op minimaal 70 % van uw laatst ontvangen salaris. In de voor u geldende cao of arbeidsovereenkomst kan er worden afgeweken van de wettelijke regels die gelden ten aanzien van de doorbetalingsplicht. U moet daarom goed kijken of er een cao van toepassing is verklaard en anders moet u in uw arbeidsovereenkomst kijken of er iets geregeld is met betrekking tot dit onderwerp. Wordt uw loon door het minimum van 70 % minder dan het voor u geldende wettelijke minimumloon? Dan moet uw werkgever u in ieder geval het minimumloon uitbetalen, dit moet de werkgever de eerste 52 weken van uw ziekte doen. Als uw contract voor bepaalde tijd eindigt tijdens de ziekte, dan komt u in de ziektewet terecht. U kunt een ziektewetuitkering aanvragen bij het UWV en op die manier een uitkering krijgen tot maximaal twee jaar na de dag van uw ziekmelding. Er zijn echter een aantal uitzonderingen op de doorbetalingsplicht van de werkgever:
  1. Indien de ziekte door uw opzet is veroorzaakt.
  2. Als u zonder goede reden uw herstel belemmert of vertraagd. Wanneer u bijvoorbeeld onvoldoende meewerkt aan het re-integratie traject of wanneer u weigert om passend arbeid te verrichten.
  3. Als de bedrijfsarts vindt dat u wel kan werken. Wanneer u dit weigert, heeft u geen recht op een loondoorbetaling. Als u van mening bent dat u wel echt arbeidsongeschikt ben, dan kunt u een second opinion aanvragen bij een arts van het UWV. Dit kost 100 euro en moet u zelf betalen.
Wanneer is er sprake van een vermoeden van een arbeidsovereenkomst?
Wanneer u zich op de arbeidsmarkt bevindt zal u veelal een contract tekenen voor bepaalde of onbepaalde tijd, waarbij u een schriftelijke overeenkomst aangaat met uw werkgever. Echter zijn er ook situaties denkbaar dat een arbeidsrelatie onduidelijk is en vele variabele bevatten, die voor interpretatie vatbaar zijn. Om meer duidelijkheid te scheppen in dit soort situaties is er, als gevolg van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid, de artikelen 7:610a en 7:610b BW in het leven geroepen. Deze artikelen zijn vooral voor de bescherming van mensen die flexibel werken en om schijnconstructies te voorkomen. Arbeidsovereenkomst In artikel 7:610a is bepaald dat wanneer iemand tegen beloning, voor een ander, gedurende 3 maanden wekelijks, dan wel gedurende 20 uur per maand, arbeid verricht er een vermoeden bestaat dat deze werkzaamheden worden verricht krachtens arbeidsovereenkomst. Wanneer er dus niets op schrift is gesteld doet dit niet af aan het feit dat er een vermoeden is van een arbeidsovereenkomst. Wanneer er sprake is van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst komt de werknemer alle bijkomende wettelijke voordelen toe, zoals het recht op vakantiedagen en loon bij ziekte. Let wel op dat hier dus alleen sprake is van een vermoeden, tegen bewijs is dus mogelijk. Arbeidsomvang Het kan ook zo zijn dat in de arbeidsovereenkomst staat dat iemand bijvoorbeeld 25 uur per week moet werken, terwijl deze werknemer in feite al langere tijd gemiddeld 30 uur per week werkt. Als de periode dat de werknemer gemiddeld 30 uur heeft gewerkt minimaal 3 maanden is, kan hij een beroep doen op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang vastgesteld in artikel 7:610b BW. Dit brengt bijvoorbeeld mee dat de werkgever het aantal uren werk niet zomaar mag verminderen. Als de werkgever het hier niet mee eens is, moet hij bewijzen waarom er nog steeds sprake is van een arbeidsovereenkomst voor 25 uur. Anders is er sprake van een vermoedelijke arbeidsomvang van, in dit geval, 30 uur. Er bestaat dan dus een rechtsvermoeden van arbeidsomvang gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid in drie voorafgaande maanden. Oneens over het rechtsvermoeden Wanneer er zich een onenigheid voordoet over het feit of er wel of geen sprake is van een dienstverband dan is het aan de werkgever om te bewijzen dat er geen sprak is van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast wordt dus verschoven naar de werkgever. Dit kan de werkgever bijvoorbeeld aantonen door te bewijzen dat het van tijdelijke aard is of aan een van de andere vereisten van een arbeidsovereenkomst zoals gesteld in 7:610 BW niet wordt voldaan. Wanneer het geschil tussen werknemer en werkgever niet kan worden opgelost staat de weg naar de rechter open. Slaagt de werkgever hierin niet, dan kan de werknemer aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst en daarmee ook op de daaraan verbonden arbeidsvoorwaarden. Dit zelfde geldt ten aanzien van de arbeidsomvang zoals hierboven gesteld. Het is belangrijk om te benadrukken dat ambtenaren, en andere werknemers in dienst van de overheid, zijn uitgesloten van de regeling van titel 10 (7:615 BW). Ambtenaren hebben een aanstelling in plaats van een arbeidsovereenkomst.
Welke veranderingen brengt de Participatiewet?
Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingegaan. De Participatiewet is erop gericht om meer mensen, met of zonder een arbeidsbeperking, aan het werk te krijgen. De Participatiewet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). De gemeenten zullen zorg dragen voor een goede uitvoering van de wet. Wanneer u niet genoeg inkomen of vermogen heeft om in uw levensonderhoud te voorzien, komt u in aanmerking voor een recht op bijstand. U moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen:
  1. U woont rechtmatig in Nederland
  2. U bent 18 jaar of ouder
  3. U heeft niet genoeg inkomen of vermogen om in uw levensonderhoud te voorzien
  4. U heeft geen recht op andere uitkeringen
  5. U voldoet aan de arbeids- en re-integratieverplichting
Een aantal arbeidsverplichtingen dat in de gemeente Amsterdam geldt vindt u hieronder:
  • U moet actief zoeken naar algemeen geaccepteerde arbeid en deze aanvaarden. Hier hoort bij dat u ingeschreven dient te staan bij het UWV. Dit wordt ook wel de “actieve sollicitatieplicht” genoemd.
  • U moet meewerken aan de voorzieningen die de gemeente aanbiedt ter ondersteuning van het zoeken naar werk. Dit wordt ook wel de “meewerkplicht genoemd”.
  • U moet meewerken in het geval uw gemeente u vraagt een tegenprestatie te verrichten. Een tegenprestatie bestaat uit onbetaald maatschappelijk werk. Het geldt niet als een re-integratie instrument en heeft een tijdelijk karakter. Op gemeenteniveau wordt nadere invulling gegeven aan de inhoud, duur en omvang van de tegenprestatie. In Amsterdam is de mogelijkheid een tegenprestatie te vragen beperkt tot uitkeringsgerechtigden die vooralsnog geen uitzicht hebben op terugkeer naar de arbeidsmacht, en voor wie (voorlopig) geen re-integratieplicht geldt. Wanneer de mogelijkheid dus bestaat voor een uitkeringsgerechtigden om weer tot de arbeidsmarkt te treden wordt deze niet tevens belast met de vraag een tegenprestatie te leveren. De tegenprestatie in de gemeente Amsterdam kent een vrijwillig karakter, waarbij de keuze voor een bepaalde tegenprestatie aan de uitkeringsgerechtigde is. Wel geldt de verplichting om informatie te leveren over de gekozen tegenprestatie indien de gemeente dat verlangt.
Waar moet ik op letten bij een vaststellingsovereenkomst?
Wanneer u of uw werkgever besluit de samenwerking te beëindigen, kan dit op verschillende manieren. Zo kan de werkgever een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV of kan de arbeidsovereenkomst worden ontbonden door de kantonrechter. Wanneer beide partijen het eens zijn over de beëindiging en de voorwaarden waaronder deze zak plaatsvinden, kan een vaststellingsovereenkomst een minder tijdrovend en minder kostbaar alternatief zijn. de arbeidsovereenkomst wordt dan met wederzijds goedvinden beëindigd. Hierbij is het van belang een aantal goed in de gaten te houden voordat u uw handtekening zet. Allereerst heeft de werkgever een informatieplicht jegens u. Zo zal hij zich ervan moeten vergewissen dat u de inhoud en de gevolgen van de overeenkomst begrijpt. Dit betekent in ieder geval dat de overeenkomst moet zijn vertaald naar uw moedertaal, dat hij u wijst op de alternatieve mogelijkheden van beëindiging, dat u wordt geïnformeerd over de aanvraag van een eventuele uitkering en over de mogelijkheid om juridische bijstand in te schakelen. Ten slotte dient de werkgever u enige tijd te geven zodat u over uw keuze kunt nadenken. Indien de werkgever zijn informatieplicht heeft verzaakt, zou dit tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst kunnen leiden. In het onderstaande volgt een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten bij de vaststellingsovereenkomst.
  1. Zijn de gegevens in de vaststellingsovereenkomst correct?
  2. Is de ontslagreden opgenomen in de vaststellingsovereenkomst. Hierbij is van belang dat de overeenkomst expliciet vermeldt dat de beëindiging plaatsvindt op initiatief van de werkgever. Dit is van belang voor het recht op een WW-uitkering. Voorts is van belang dat de overeenkomst vermeldt dat géén sprake is van een dringende reden voor ontslag als bedoeld in artikel 7:678 BW.
  3. Is de hoogte van de overeengekomen ontslagvergoeding/transitievergoeding correct? Vervolgens is het belangenrijk dat de vaststellingsovereenkomst een termijn geeft waarbinnen de werkgever deze vergoeding dient te betalen.
  4. Is de correcte opzegtermijn in acht genomen? De vaststellingsovereenkomst zal een datum bevatten waarop de arbeidsovereenkomst zal eindigen. Deze opzegtermijn moet gelijk zijn aan de opzegtermijn die de werkgever normaal gesproken in acht had moeten nemen als hij de arbeidsovereenkomst had willen beëindigen. Indien de opzegtermijn in de vaststellingsovereenkomst lager is dan de opzegtermijn in de arbeidsovereenkomst, of bij gebreke daarvan de wettelijke opzegtermijn, zal het UWV een zogenaamde fictieve opzegtermijn in acht nemen. U komt dan later in aanmerking voor een WW-uitkering.
  5. Is er vrijstelling van werk aangeboden over de resterende tijd van de arbeidsverhouding? Zo ja, is dit met behoud van de geldende arbeidsvoorwaarden?
  6. Is er een betalingstermijn voor de eindafrekening overeengekomen?
  7. Indien u nog vakantiedagen heeft openstaan is het van belang dat hieromtrent een regeling wordt getroffen. Worden deze uitbetaald door de werkgever of krijgt u de mogelijkheid deze nog op te nemen?
  8. Indien uw arbeidsovereenkomst een non-concurrentiebeding of een relatiebeding bevat is het van belang of te nemen of en in hoeverre deze van kracht blijven.
  9. Bevat de vaststellingsovereenkomst een eindafrekening? U kunt hierbij denken aan een regeling omtrent een eventuele variabele component van uw salaris, een eventuele dertiende maand, het tot op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst opgebouwde vakantiegeld of eventuele andere openstaande vorderingen zoals achterstallig loon, onkostenvergoedingen, leningen of studiekosten.
  10. Bevat de vaststellingsovereenkomst een bepaling omtrent een positief getuigschrift en/of referenties?
  11. Wat zijn de gevolgen indien u voor de beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst ander werk vindt?
  12. Indien uw werkgever u bepaalde zaken heeft verstrekt in het kader van de arbeidsovereenkomst zoals kleding, een telefoon of laptop is het van belang dat hieromtrent een regeling wordt getroffen in de vaststellingsovereenkomst.
  13. Is er over en weer finale kwijting opgenomen? Dit houdt in dat de werkgever en de werknemer buiten hetgeen in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen niets meer van elkaar te vorderen hebben. Het is daarom van groot belang dat de vaststellingovereenkomst volledig is. Zo wordt voorkomen dat er achteraf discussie ontstaat over bijvoorbeeld niet-opgenomen vakantiedagen.
Nadat u de vaststellingsovereenkomst heeft getekend kunt u uw instemming binnen veertien dagen na dagtekening van de vaststellingsovereenkomst herroepen. Hiervoor is vereist dat u uw werkgever, bij voorkeur middels aangetekende brief, een schriftelijke verklaring verstuurd waarin u te kennen geeft gebruik te willen maken van uw herroepingsrecht. U hoeft hierbij géén reden op te geven. Voorts is nog van belang dat uw werkgever u schriftelijk, binnen twee werkdagen, op dit herroepingsrecht heeft gewezen. Indien de werkgever dit heeft nagelaten, wordt de herroepingstermijn verlengd tot drie weken.
Wat is de nieuwe ketenregeling?
  Per 1 juli 2015 mag een werkgever in een tijdvak van twee jaar (in plaats van de drie jaar in de oude regeling), maximaal drie contracten voor bepaalde tijd aanbieden. Wanneer deze contracten elkaar opvolgen met tussenpozen van zes maanden of minder, dan behoren de contracten tot dezelfde ‘Keten’. De regeling dat een vast contract voor onbepaalde tijd ontstaat bij meer dan drie schakels, oftewel bij meer dan drie opeenvolgende tijdelijke contracten, blijft ongewijzigd. In een CAO kan van de ketenregeling worden afgeweken. Samengevat, de hoofdregel in de nieuwe ketenregeling is 3 x 2 x 6:
  • (nog steeds) maximaal 3 tijdelijke contracten;
  • Maar nu met een totale duur van maar 2 jaar;
  • En een tussenliggende periode van maximaal 6 maanden.
 
Wat is de oude ketenregeling?
De oude ketenregeling van voor 1 juli 2015, houdt in dat wanneer meer dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (keten) elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen/onderbrekingen van niet meer dan drie maanden, dan geldt de laatste (vierde) arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd. Samengevat, de regel van de oude ketenregeling is 3 x 3 x 3:
  • Maximaal 3 contracten;
  • Met een totale duur van maximaal 3 jaar;
  • En een tussenliggende periode van 3 maanden of minder.
 
Wat is de ketenregeling? Is op mijn arbeidsovereenkomst de nieuwe of de oude ketenregeling van toepassing?
De ketenregeling is een regeling welke bepaalt, in geval van opvolgende arbeidsovereenkomsten, wanneer het laatste tijdelijke contract van uw arbeidsovereenkomst wordt omgezet in vast contract. Per 1 juli 2015 is ketenregeling gewijzigd. Om te bepalen of de oude of de nieuwe ketenregeling op uw situatie van toepassing is, moet u nagaan op welk moment de nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan (dus niet het moment waarop uw arbeidscontract is ingegaan, maar het moment waarop deze is aangegaan). Is uw nieuwe arbeidsovereenkomst aangegaan nog vóór 1 juli 2015 dan geldt de oude ketenregeling. Van belang om op te merken is nog dat bij CAO van de ketenregeling (beperkt) kan worden afgeweken. Hiernaast geldt de ketenregeling niet voor:
  • Bestuurders van rechtspersonen;
  • Functies in een bedrijfstak waarvoor de ketenregeling tot onaanvaardbare consequenties zou leiden en het voortbestaan van de sector in het geding komt;
  • Werknemers die een duale opleiding volgen;
  • Werknemers onder de 18 jaar.[1]
[1] http://www.ontslaghulp.com/wijzigingen-ketenregeling-vanaf-juli-2015/
Opvolgend werkgeverschap

Voor zowel wat betreft de oude regeling als de nieuwe regeling, geldt de ketenregeling ook bij opvolgend werkgeverschap. Het bekendste voorbeeld is de werknemer die eerst als uitzendkracht wordt ingeleend, en vervolgens voor dezelfde of vergelijkbare arbeid in dienst treedt van de werkgever. Als de werknemer als uitzendkracht al drie of meer arbeidscontracten voor bepaalde tijd heeft gekregen met het uitzendbureau, kan de werkgever dus geen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeenkomen met de werknemer.

Onder het oude recht (voor 1 juli 2015) is sprake van opvolgend werkgeverschap indien

1) de werknemer dezelfde of vergelijkbare arbeid verricht en

2) tussen de oude en opvolgende werkgever zodanige banden bestaan dat de opvolgende werkgever geacht wordt voldoende inzicht te hebben in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer.

Deze laatste eis geldt per 1 juli 2015 uitdrukkelijk niet langer voor de toepassing van de ketenregeling. Onder het huidige recht is sprake van opvolgend werkgeverschap indien verschillende werkgevers ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer.[1]

[1] http://kvdl.nl/nieuws/wet-werk-en-zekerheid-wijziging-ketenregeling-2/

Wanneer heeft u recht op een WIA-uitkering?
WIA staat voor Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. Na 2 jaar arbeidsongeschiktheid kun je in aanmerking komen voor de WIA uitkering. De UWV-arts bepaalt wat uw beperkingen zijn. Vervolgens wordt gekeken door de arbeidsdeskundige welk soort werk u nog zou kunnen verrichten, en dat loon wordt vergeleken met uw eigen oude functie. U komt in aanmerking voor een WIA-uitkering, indien u meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, dus meer dan 35% inkomensverlies. Dit is het verschil tussen het loon dat u eerst verdiende en u het loon dat u nog kan verdienen. Als u minder dan 35% inkomensverlies lijdt en u bent in dienst bij een werkgever, zal de werkgever moeten kijken of er intern of extern werk voor u te vinden is. Dit gebeurt indirect al binnen de eerste twee jaar tijdens het integratieproces. Er bestaan twee soorten van de WIA-uitkering. De eerste is de WGA-uitkering. U krijgt een WGA-uitkering indien u nog gedeeltelijk kunt werken. U bent dan door uw ziekte minstens 35%, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt. De tweede soort is de IVA-uitkering. U bent dan minstens 80% arbeidsongeschikt. Daarnaast bent u ook volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Dit houdt in dat niet te verwachten is dat u binnen 5 jaar weer aan het werk zult kunnen.
Wat is de kostendelersnorm?

Kort gezegd houdt de kostendelersnorm in dat als u een woning deelt met meer volwassenen, uw uitkering naar beneden wordt aangepast. Hoe meer personen van 21 of ouder er in hetzelfde huis wonen, hoe lager de uitkering. Het idee achter de kostendelersnorm is dat kosten zoals huur en gas/water/licht gedeeld kunnen worden.

Voor wie geldt de kostendelersnorm?

De kostendelersnorm geldt voor alle uitkeringsgerechtigden volgens de participatiewet, zoals:

 -Bijstand

 -Bijstand voor zelfstandigen (Bbz)

 -Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

 -Wet inkomensvoorziening oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

Wanneer deel ik een woning?

U deelt een woning als u met één of meer personen van 21 jaar of ouder op hetzelfde adres woont. Dit adres is voor u allen het hoofdverblijf.

Welke medebewoners tellen niet mee voor de kostendelersnorm?

Bepaalde medebewoners tellen niet mee voor de kostendelersnorm. Groepen die niet meetellen zijn:

-jongeren tot 21 jaar

-uw partner

-Studenten die een studie volgen met recht op studiefinanciering (Wsf 2000)

-Leerlingen die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen

-Leerlingen die onderwijs volgen met recht op een financiële bijdrage op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos)

-medebewoners die bij u de woning huren of bij wie u huurt. Dit geldt ook bij kostgever- of kostgangerschap. Voorwaarde hierbij is het dat het om een zakelijke relatie gaat*.

*Er is sprake van een zakelijke relatie als er een overeenkomst is en er een commerciële (normale) prijs wordt betaald). Let op! Overeenkomsten met familie zijn geen zakelijke relatie! Een zakelijke relatie kan worden aangetoond met een schriftelijke overeenkomst en het overleggen van bankafschriften voor de betaling van huur.

Hoeveel wordt mijn bijstandsuitkering na aftrek kostendelersnorm?

Per persoon bij een tweepersoonshuishouden   € 686,31

Per persoon bij een driepersoonshuishouden     € 594,80

Per persoon bij een vierpersoonshuishouden     € 549,05

Per persoon bij een vijfpersoonshuishouden       € 521,60

Deze bedragen zijn naar benadering en kunnen per individueel geval anders uitvallen. Indien u specifieke vragen heeft over het bedrag dat u ontvangt kunt u het beste contact opnemen met de instantie die uw uitkering verstrekt.

Wat is een concurrentiebeding?
Een concurrentiebeding is een beding tussen werkgever en werknemer waarbij de laatste beperkt wordt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn bij een andere werkgever of als zelfstandige.
Wanneer is een concurrentiebeding geldig overeengekomen?
Voor de geldigheid van een concurrentiebeding zijn een aantal vereisten:
  • het beding is schriftelijk overeengekomen. Het beding staat dus uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst of in de arbeidsovereenkomst wordt verwezen naar bijgevoegde arbeidsvoorwaarden waarin een concurrentiebeding is opgenomen.
  • het beding wordt overeengekomen met een meerderjarige werknemer.
  • Tot 1 januari 2015 deed voor de geldigheid van het concurrentiebeding niet ter zake of de arbeidsovereenkomst waarin het beding was opgenomen voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd was aangegaan. Na 1 januari 2015 is het allen nog toegestaan een concurrentiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, indien bij dat beding een schriftelijk motivering van de werkgever is opgenomen, waaruit blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. In een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan een concurrentiebeding worden opgenomen.
Wat gebeurt er met het concurrentiebeding bij een veranderende arbeidsverhouding?
Een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding kan tot gevolg hebben dat een concurrentiebeding zijn werking geheel of gedeeltelijk verliest. Dit is echter alleen het geval indien de wijziging van de arbeidsverhouding (bijvoorbeeld het bekleden van een andere functie in hetzelfde bedrijf) tot gevolg heeft dat het beding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken op de werknemer. Hierbij is verder van belang of deze wijziging was te voorzien en in hoeverre de belangen van werkgever en werknemer zijn veranderd.
Hoe kom ik af van een concurrentiebeding?
Allereerst is het raadzaam om in gesprek te gaan met uw ex-werkgever om tot een oplossing te komen. Wellicht houdt uw ex-werkgever u niet meer aan het concurrentiebeding. Indien deze afspraken gemaakt worden, is het altijd verstandig om dit op papier te zetten. Daarnaast kan de rechter het beding geheel of gedeeltelijk vernietigen. De rechter zal een afweging maken tussen het belang van de werkgever en de werknemer. De rechter kan bijvoorbeeld het beding vernietigen op de grond dat in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever de werknemer door het beding onredelijk wordt benadeeld.
Wanneer heeft u recht op een WW uitkering?
Wanneer u werkloos of gedeeltelijk werkloos wordt, kan het zijn dat u recht heeft op een WW-uitkering. WW staat voor Werkloosheidswet. Deze uitkering is een tijdelijk inkomen die u ontvangt in de periode dat u een nieuwe baan zoekt. De uitkering ontvangt u van het UWV. Voordat u recht heeft op een WW- uitkering zijn er enkele voorwaarden waar u aan moeten voldoen:
  • U moet verzekerd zijn voor werkloosheid. Dit is het meestal het geval als u een werknemer bent en de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • U verliest 5 of meer arbeidsuren per week en u heeft geen recht meer op loon over deze uren.
  • U bent beschikbaar voor betaald werk.
  • De weken-eis. Deze houdt in dat u minimaal 26 van de 36 weken heeft gewerkt voordat u werkloos werd.
  • Als u niet verwijtbaar werkloos bent geworden. Als u zelf ontslag neemt, dan krijgt u alleen nog een WW-uitkering in uitzonderingssituaties.
Als u voldoet aan deze eisen, krijgt u een WW- uitkering van 3 maanden. U kunt in aanmerking komen voor een langere WW-uitkering als u ook aan de jaren-eis voldoet. Hiervoor moet u in de 5 jaren voordat u werkloos werd voldoende hebben gewerkt. Onder voldoende wordt verstaan dat u in een jaar minimaal 52 dagen loon heeft ontvangen. Uw totale WW-uitkering heeft een maximum van 38 maanden. Vanaf 1 januari 2016 wordt de maximale periode dat u een WW-uitkering kunt ontvangen langzaam teruggebracht van 38 naar 24 maanden.
Heeft een erfenis gevolgen voor mijn bijstandsuitkering?
Als u erft terwijl u een bijstandsuitkering krijgt moet u dat melden aan de Sociale Dienst bij de gemeente. Uw uitkering zal dan worden stopgezet als uw vermogen groter is dan € 5.895,- (bedrag voor 2015). Voor mensen die een gezamenlijke huishouding voeren en alleenstaande ouders bedraagt het vermogen dat vrijgelaten wordt € 11.790,- (bedrag voor 2015). Het vermogen boven deze bedragen moet u eerst opmaken. Als het vermogen weer onder de hierboven vermelde bedragen uitkomt, kunt u wederom een bijstandsuitkering aanvragen. Als u de erfenis niet meldt bij de sociale dienst kunt u een sanctie krijgen.
Hoeveel kost een erfenis verwerpen/aanvaarden?
Zowel voor het verwerpen van een erfenis als voor een beneficiaire aanvaarding moet er een verklaring worden afgelegd bij de rechtbank in het gebied waar de overledene het laatst heeft gewoond. Dit kan door middel van een formulier dat je bij de betreffende rechtbank opvraagt. Zo’n verklaring kost circa € 114,00.
Wie kunnen er een huwelijk aangaan?
U kunt maar met één persoon een huwelijk aangaan. Verder mag u niet al getrouwd zijn, en moet u 18 jaar of ouder zijn (uitzonderingen daargelaten). Ook mag er geen sprake zijn van bloedverwantschap. Buitenlanders moeten een geldige verblijfstitel hebben. Dat wil zeggen een (voorlopige) verblijfsvergunning of een vestigingsvergunning.
Hoe vindt de totstandkoming van het huwelijk plaats?
De registratie geschiedt bij een akte van registratie van het huwelijk die wordt opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand. Er zal van het voornemen tot registratie aangifte moeten worden gedaan onder overlegging van gegevens omtrent burgerlijke staat en eventueel omtrent een eerder partnerschap of huwelijk. De aangifte geschiedt bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van een der partijen. Bij de registratie is de aanwezigheid van getuigen verplicht. Uiteindelijk komt het huwelijk tot stand wanneer het ‘ja-woord’ wordt gegeven.
Wat zijn de rechten en plichten verbonden aan het huwelijk?
Partners hebben een onderhoudsplicht t.o.v. elkaar. Daarnaast geldt er gemeenschap van goederen. Echter, kan hiervan wel worden afgeweken. U kunt namelijk ook kiezen voor huwelijke voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden. U heeft recht op verdeling van het pensioen indien het partnerschap eindigt en recht op nalatenschap. Echter, geldt er tegenwoordig geen samenwoningsplicht meer voor gehuwden en geregistreerd partners. Voor ontbinding van het huwelijk moet u altijd naar de rechter.
Wie kan een geregistreerd partnerschap aangaan?
U kunt maar met één persoon een geregistreerd partnerschap aangaan. Verder mag u niet getrouwd zijn en moet u 18 jaar of ouder zijn (uitzonderingen daargelaten). Ook mag er geen sprake zijn van bloedverwantschap. Buitenlanders moeten een geldige verblijfstitel hebben. Dat wil zeggen een (voorlopige) verblijfsvergunning of een vestigingsvergunning.
Hoe komt een geregistreerd partnerschap tot stand?
De registratie geschiedt bij een akte van registratie van partnerschap die wordt opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand. Zoals bij het huwelijk, zal van het voornemen tot registratie aangifte moeten worden gedaan onder overlegging van gegevens omtrent burgerlijke staat en eventueel omtrent een eerder partnerschap of huwelijk. De aangifte geschiedt bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van een der partijen. Net als bij een huwelijk is bij de registratie de aanwezigheid van getuigen verplicht. Echter, in verhouding tot het huwelijk is voor het geregistreerd partnerschap het ‘ja-woord’ geven niet vereist.
Wat zijn de rechten en plichten bij een geregistreerd partnerschap?
Partners hebben een onderhoudsplicht t.o.v. elkaar. Daarnaast geldt er gemeenschap van goederen. Echter, kan hiervan wel worden afgeweken. U kunt namelijk ook kiezen voor huwelijke voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden. U heeft recht op verdeling van het pensioen indien het partnerschap eindigt en recht op nalatenschap. Echter, geldt er tegenwoordig geen samenwoningsplicht meer voor gehuwden en geregistreerd partners. Wanneer u geen minderjarige kinderen heeft, kan het geregistreerd partnerschap buiten de rechter om eindigen. Het geregistreerd partnerschap kent daarnaast in verhouding tot het huwelijk geen scheiding van tafel en bed.
Wanneer kunt u een samenlevingscontract opstellen?
U kunt voor een samenlevingscontract kiezen, indien u uw relatie formeel wil vastleggen. De wet verbindt daaraan op een enkele uitzondering na geen directe gevolgen. Het gaat primair om afspraken tussen de partners onderling. Voor sommige regelingen is het echter verplicht om deze vast te leggen in een notariële akte. Dit is bijvoorbeeld het geval voor partnerpensioenregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden. Het samenlevingscontract kan niet leiden tot een algehele gemeenschap van goederen, tenzij u dit in het samenlevingscontract opneemt. Evenmin kan het tot gevolg hebben dat de partners erfgenaam worden van elkaar. Hiervoor is altijd een testament nodig. Als u een samenlevingscontract wil opstellen, is het aan te raden om naar een notaris te gaan. Dit is weliswaar niet dwingend voorgeschreven, maar is uit het oogpunt van rechtszekerheid en bewijslevering wel wenselijk. Een nadeel hieraan is echter de kosten. Dit is een afweging die u zelf moet maken. Partijen bezitten bij het opstellen van een samenlevingscontract veel vrijheid. Echter, voor fiscaal partnerschap en het partnerpensioen eisen de belastingdienst en de pensioenfondsen wel dat u een zorgplicht naar elkaar belooft. U kunt in een samenlevingscontract afspraken maken over bijvoorbeeld:
  • De verdeling van de kosten van boodschappen, kleding, woonlasten;
  • De bankrekening(en)
  • De kosten voor het verzorgen en opvoeden van kinderen
  • De verdeling van de bezittingen als u uit elkaar gaat
  • Een verblijvingsbeding: als uw partner komst te overlijden mag u de gemeenschappelijke bezittingen houden.
Gaat u scheiden en wilt u weten hoe lang u recht heeft op partneralimentatie?
Onder het huidige recht kan er maximaal 12 jaar een verplichting tot partneralimentatie opgelegd worden. Artikel 1:157 Burgerlijk Wetboek regelt de alimentatieverplichting voor ex-partners. De rechter is bevoegd een uitkering tot levensonderhoud toe te kennen aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft, noch zich dit in redelijkheid te kunnen verwerven, ten laste van de andere echtgenoot. Op verzoek van een van de echtgenoten kan de rechter voorwaarden stellen aan de alimentatie en een termijn toekennen, met als maximum een termijn van 12 jaar na de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Indien de rechter geen termijn toekent eindigt de verplichting van rechtswege na het verstrijken van 12 jaar. Een uitzondering is indien er sprake is van een huwelijk van korter dan 5 jaar en waarin geen kinderen zijn geboren. In dat geval eindigt de verplichting tot partneralimentatie van rechtswege na het verstrijken van een termijn die gelijk is aan de duur van het huwelijk. Op 19 juni 2015 is er echter een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer door de VVD, PvdA en D66, genaamd ‘Wet herziening partneralimentatie’.  Volgens dit wetsvoorstel zal het nieuwe uitgangspunt het betalen van partneralimentatie inhouden met een maximum van 5 jaar. Er zijn echter twee uitzonderingen:
  1. Voor huwelijken die korter dan 3 jaar hebben geduurd en waar geen kinderen zijn geboren, ontstaat helemaal geen recht op partneralimentatie.
  2. Indien dealimentatieplichtige de AOW gerechtigde leeftijd bereikt zal de alimentatieverplichting eindigen.
Bent u langer dan 3 jaar getrouwd geweest en heeft u geen kinderen of geen kinderen jonger dan 12 jaar dan heeft u recht op alimentatie voor de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Bent u 4 jaar getrouwd geweest? Dan heeft u 2 jaar recht op partneralimentatie. Bent u 20 jaar getrouwd geweest? Dan heeft u in beginsel maar 5 jaar recht op alimentatie. Heeft u wel kinderen die jonger zijn dan 12 jaar? Dan ontvangt u partneralimentatie voor de helft van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar maar in ieder geval totdat het jongste kind 12 jaar is. Indien u langer dan 15 jaar getrouwd bent geweest en u ten hoogte 10 jaar jonger dan de AOW gerechtigde leeftijd bent ontvangt u 5 jaar alimentatie maar in ieder geval minimaal totdat u de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt.
Wat is erkenning?
Een biologische vader die niet met de moeder is gehuwd of een geregistreerd partnerschap met de moeder heeft, is geen vader in de zin van de wet van het kind en zal het kind moeten erkennen als hij ook vader in de zin van de wet wil zijn. Op het moment dat u uw kind erkent, kunt u de achternaam voor uw kind kiezen. Als ouders kiest u welke achternaam uw eerste kind krijgt; die van de moeder of die van de vader. U kunt slechts 1 keer een naamkeuze doen. Daarnaast is het ook voor niet-verwekkers mogelijk om juridisch vaderschap over een kind te krijgen. Een kind kan ook al voor de geboorte worden erkend. Dit wordt erkenning van de ongeboren vrucht genoemd. Erkenning kunt u alleen ongedaan maken als het niet om de biologische vader gaat. In dat geval kunt u een rechtbankprocedure starten. Daarvoor heeft u een advocaat nodig. Gevolgen erkenning Als u een kind erkent, heeft dit deze gevolgen:
  •  U bent wettelijk gezien de vader van het kind;
  • Er ontstaat tussen u en uw kind een juridische band (familierechtelijke
betrekking);
  • U heeft na een scheiding recht op omgang, informatie en consultatie. De verzorgende ouder heeft dan de wettelijke plicht om u te informeren over belangrijke ontwikkelingen rondom het kind;
  • U bent onderhoudsplichtig totdat het kind 21 jaar wordt;
  • U kunt het gezag over het kind krijgen (dit gebeurt niet automatisch, u moet dit samen met de moeder aanvragen of de rechter benaderen);
  • U en het kind worden elkaars wettelijke erfgenamen;
  • U kiest (met uw partner) op het moment van erkenning voor de achternaam van de vader of moeder. Als u later gaat trouwen, kunt u op dat moment de achternaam wijzigen.
  • Uw kind krijgt mogelijk uw nationaliteit. Dit is afhankelijk van het recht van het land waarvan u de nationaliteit heeft.
Hoe moet je erkennen?
In Amsterdam moet u voor de erkenning van een (ongeboren) kind persoonlijk langskomen bij een Stadsloket, waar de ambtenaar van burgerlijke stand bevoegd is de erkenning te ontvangen. Voor de erkenning moet u wel altijd een afspraak maken bij de gemeente. U kunt u kind in drie situaties erkennen: -Kind erkennen tijdens zwangerschap -Kind erkennen tijdens de aangifte van de geboorte -Kind erkennen op een later moment
Wat zijn de verschillen tussen gezag en erkenning?
Door erkenning wordt een man de wettelijke vader, hij gaat hier een familierechtelijke band aan met het kind. Maar hij is dan geen wettelijke vertegenwoordiger. Hiervoor moet een man ook het gezag hebben over het kind. Met gezag kan de vader beslissingen nemen over de opvoeding en verzorging van het kind. Ook kan hij rechtshandelingen verrichten namens het kind, bijvoorbeeld het zetten van een handtekening of het voeren van een gerechtelijke procedure. Het ouderlijk gezag kan in onderling overleg middels een formulier worden aangevraagd bij de rechtbank. Indien er geen overeenstemming bestaat over het gezamenlijk ouderlijk gezag kan de vader, nadat hij het kind heeft erkend, door een advocaat een verzoek bij de rechtbank laten indienen. Pas nadat het ouderlijk gezag geregeld is, is de vader de wettelijk vertegenwoordiger van het kind.
Wat is gezag?
In Nederland staan alle minderjarigen onder gezag. Dit betekent dat zij bepaalde officiële handelingen niet zelfstandig mogen verrichten, zoals een handtekening zetten. Meestal is sprake van (gezamenlijk) ouderlijk gezag, maar er kan ook sprake zijn van (gezamenlijke) voogdij (art. 1:245 BW). Ouderlijk gezag is het gezag dat uitgeoefend wordt door de ouders van het kind. Ouderlijk gezag kan door beide ouders gezamenlijk worden uitgeoefend of door een ouder alleen. Het is ook mogelijk dat een ouder samen met een ander, die geen ouder is van het kind, het gezamenlijk gezag uitoefent. Voogdij is het gezag dat wordt uitgeoefend door een ander dan de ouder, omdat het ouderlijk gezag (tijdelijk) ontbreekt.
Hoe verkrijg je gezag? rechtswege of niet, binnen/buiten huwelijk
Ouderlijk gezag bij huwelijk of geregistreerd partnerschap Bij een huwelijk of een GP krijgt u automatisch ouderlijk gezag over de kinderen die u krijgt of adopteert. De man is automatisch de wettelijke vader, hij hoeft het kind niet te erkennen. Trouwt u alsnog na de geboorte van u kind? Dan krijgt u ook automatisch ouderlijk gezag, voorwaarde hiervoor is dat de vader het kind heeft erkend. Gezamenlijk ouderlijk gezag zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap Is het bovenstaande niet op u van toepassing dan krijgt u niet automatisch gezamenlijk ouderlijk gezag. Alleen de moeder heeft het gezag. Als u als vader of als duomoeder gezag wilt uitoefenen dan zult u een verzoek bij de rechtbank moeten doen. Voorwaarde is dat u het kind heeft erkent. Gezamenlijk gezag 2 vrouwen over kind Bent u als moeder getrouwd met een andere vrouw of heeft u een geregistreerd partnerschap met een andere vrouw? Dan krijgt u allebei automatisch ouderlijk gezag als er volgens de wet geen vader is. Dit is het geval bij een anonieme donor of een bekende donor die het kind niet erkent. Gezamenlijk gezag 2 mannen over kind Bent u als man getrouwd met een andere man of heeft u een geregistreerd partnerschap? Dan krijgt u alleen gezamenlijk gezag over een kind na een beslissing van de rechter. Bent u de biologische vader van het kind? Dan kunt u het kind erkennen en na een beslissing van de rechter ook het ouderlijk gezag krijgen. Als 2 mannen een kind kind adopteren, krijgen zij automatisch allebei het gezag.
Wat zijn de belangrijkste elementen van het ouderschapsplan?
Gaan u en uw partner uit elkaar en heeft u minderjarige kinderen? Dat moet u samen een ouderschapsplan opstellen. Hierin staan afspraken over de verzorging en opvoeding van de kinderen. Gehuwde en geregistreerde ouders zijn dat wettelijk verplicht. Dit geldt ook voor samenwonende ouders met gezamenlijk gezag Ouderschapsplan verplicht Het ouderschapsplan is wettelijk verplicht voor:
  •  gehuwde en geregistreerde ouders (met of zonder gezamenlijk gezag);
  • samenwonende ouders met gezamenlijk gezag.
Inhoud ouderschapsplan In het ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken staan over:
  • hoe u de zorg en opvoeding verdeelt (zorgregeling) of de omgang met de kinderen regelt (omgangsregeling);
  • hoe u elkaar informatie geeft over belangrijke onderwerpen, bijvoorbeeld over de schoolkeuze;
  • de kosten van de verzorging en opvoeding (kinderalimentatie).
Daarnaast is het verstandig om ook andere afspraken op te nemen in het ouderschapsplan. Bijvoorbeeld wat u als ouders belangrijk vindt in de opvoeding, bepaalde regels (bedtijden, huiswerk) of opvattingen over straffen. Over het contact met de beide families kunt u ook iets worden opgenomen in het ouderschapsplan.
Heb ik een advocaat nodig bij echtscheiding?
Een rechter beëindigd het huwelijk bij een echtscheiding. Om de echtscheiding aan te vragen, heeft u een advocaat nodig. Als u het over alle zaken eens bent, kan het verstandig zijn om samen een advocaat te nemen. Een advocaat is goedkoper en bovendien versnelt het de procedure. Indien het niet lukt om het over alles eens te worden, kunt u een mediator inschakelen. Een mediator is een onafhankelijk bemiddelaar die u helpt om samen tot een oplossing te komen. Een aantal echtscheidingsadvocaten zijn tevens mediator.
Hoe ziet de procedure van een echtscheiding eruit?
Door een echtscheiding wordt het huwelijk beëindigd. Alle juridische banden tussen partners worden verbroken. Een verzoek om echtscheiding wordt bij de rechtbank ingediend. Indien u minderjarige kinderen heeft, moet een ouderschapsplan aan het verzoek worden toegevoegd. In een ouderschapsplan staan de gemaakte afspraken over de zorg en opvoeding van uw kinderen. Er zijn twee verschillende verzoeken die uw advocaat in kan dienen: -Een gemeenschappelijk verzoek; indien u en uw ex-partner samen afspraken hebben kunnen maken, kunt u samen een verzoek indienen. -Een eenzijdig verzoek; indien uw echtgenoot het niet eens is met de scheiding en/of u het samen niet eens wordt over de te maken afspraken, dan kan uw advocaat een eenzijdig verzoek indienen. Dit verzoek is enkel op uw initiatief. Het verzoekschrift zal door een deurwaarder aan uw echtgenoot worden betekend. Uw echtgenoot kan vervolgens bezwaar maken tegen de scheiding in een verweerschrift. In een verzoekschrift kunt u de rechter bovendien verzoeken om nevenvoorzieningen te treffen. Dit betreffen afspraken die met de scheiding te maken hebben, bijvoorbeeld afspraken over het gezag van de kinderen of over alimentatie. Vervolgens zal er in veel gevallen een zitting plaatsvinden. Tijdens de zitting kunnen beide partijen zich mondeling over de zaak uitlaten. Het kan voorkomen dat de rechter u en uw ex-partner doorverwijst naar mediator. Wanneer dit niet het geval is, zal de rechter een uitspraak doen. Dit wordt de echtscheidingsbeschikking genoemd. Als u het niet eens bent met deze uitspraak, dan kunt u binnen 3 maanden in hoger beroep. Anders laat u de beschikking inschrijven in de registers van burgerlijke stand van de gemeente waar het huwelijk is gesloten. Uw advocaat regelt dit vaak voor u.
Wat zijn de standaardkosten?
De kosten van een echtscheiding zijn grotendeels afhankelijk van de complexiteit van de zaak. Indien u samen afspraken kunt maken en één advocaat neemt, zullen de kosten veel lager uitvallen dan indien jullie lijnrecht tegenover elkaar staan en beide een eigen advocaat in de hand nemen. Kosten waar u in ieder geval mee in aanraking komt: -Advocatenkosten; dit is veruit de grootste kostenpost waar u rekening mee moet houden. Een advocaat vraagt gemiddeld 150 tot 250 euro per uur. Ook is het mogelijk om vooraf een vast bedrag af te spreken. Hierbij kan u denken aan 3500 euro. Advocatenkosten zijn sterk afhankelijk van de complexiteit van de zaak. Hoe complexer de zaak is, hoe langer een advocaat ermee bezig zal zijn en hoe hoger de kosten op zullen lopen.  
Het onderscheid tussen Huwelijk/ Geregistreerd Partnerschap/ Samenleving zonder overeenkomst
  Huwelijk Geregistreerd Partnerschap Samenleving (zonder overeenkomst)
Relatievermogensrecht Ja Ja        Nee
Aanspraak kinderalimentatie Ja Ja        Ja
Aanspraak partneralimentatie Ja Ja      Nee
Aanspraak pensioenverevening Ja Ja      Nee
Erfrecht Ja Ja      Nee
Afstamming kinderen Ja Ja      Nee
Gezag kinderen Ja Ja      Nee
Omzetting Nee Ja      nvt
Scheiding van tafel en bed Ja Nee      nvt
Beëindiging zonder rechterlijke tussenkomst Nee Ja, tenzij kinderen      Ja
 
Wat zijn mijn rechten als het gaat over garantie?
1.1 Wettelijk recht op een goed product U heeft wettelijk recht op een deugdelijk product (zie conformiteit product: inhoudende dat het product voldoet aan uw verwachtingen die u er redelijkerwijs van mocht hebben). Gaat het product in die periode kapot, dan heeft u recht op gratis reparatie of vervanging. U moet het product wel normaal gebruikt hebben. Wat je van een product mag verwachten hangt van meerdere factoren af, zoals:
  • De prijs van het product
  • Het merk van het product (A-merk of merkloos)
  • De beloften van de verkoper of de reclame
De eerste 6 maanden na aankoop maakt de wet het makkelijk; als het product kapot gaat, hoeft u niet zelf te bewijzen dat u het normaal gebruikt hebt. De bewijslast ligt bij de verkoper. U heeft dus recht op gratis reparatie of vervanging, tenzij de verkoper kan bewijzen dat u het product verkeerd gebruikt heeft. Na deze periode van 6 maanden moet u kunnen aantonen dat u het product normaal gebruikt heeft. Maar ook na die periode heeft u recht op een goed product. 1.2 Extra garantie Soms geeft een fabrikant of winkelier een uitgebreidere garantie. De uitgebreidere garantie kan bestaan uit een langere garantietermijn (u hoeft na die periode van 6 maanden nog niet te bewijzen dat u het product normaal gebruikt hebt, de bewijslast ligt bij de fabrikant) of garantie op meer onderdelen. Maar let op, u heeft de verkoopovereenkomst met de winkelier gesloten, niet met de fabrikant. De fabrikant heeft daardoor geen wettelijke plichten en kan zelf voorwaarden stellen aan de extra garantie. Neem daarom altijd eerst contact op met de verkoper.
Heb ik meer rechten als ik koop op afstand, oftewel: wanneer ik niet daadwerkelijk naar de winkel ga?
Om de vraag kort en krachtig te beantwoorden: ja, u heeft inderdaad extra rechten als u iets (een product of dienst) op afstand koopt. Iets op afstand kopen houdt dus in dat u niet daadwerkelijk naar een echte winkel gaat. U koopt iets via het internet, uw telefoon of ander elektronisch middel wat er dus voor zorgt dat u en de verkoper op geen enkel moment bij elkaar in de buurt zijn. Op het moment dat iets op afstand wordt gekocht staat er in de wet dat u 14 dagen bedenktijd heeft. U mag het product dan thuis bekijken en nagaan of het inderdaad echt iets is wat u wilt hebben. Besluit u uiteindelijk dat het product toch niet iets voor u is, dan kunt u uw geld (door het product te retourneren) terugkrijgen. Daarvoor is het belangrijk dat de 14 dagen nog niet zijn verstreken en dat u uw beslissing om het terug te sturen ook binnen die termijn bij de verkoper kenbaar heeft gemaakt. Of iets wel of niet als koop op afstand te kwalificeren valt hangt van de omstandigheden van het geval af. Het is wel een koop op afstand als:
  • U producten of diensten via het internet koopt,
  • U een product via een webwinkel koopt en u dus geen verkoper ontmoet,
  • U bestelt iets via de telefoon (er zijn regelmatig reclamespotjes voor deze manier van bestellen),
  • Als u iets koopt naar aanleiding van een telefoontje met de vraag of u iets wilt kopen (oftewel: telemarketing).
Het is geen koop op afstand als:
  • U een registergoed op afstand koopt. Registergoederen zijn bijvoorbeeld: huizen, stukken grond of een bepaald schip,
  • U blikjes, sigaretten of treinkaartjes uit een automaat koopt.
De bedenktijd begint te lopen op het moment dat u het product hebt gekregen, mocht u een dienst kopen dan gaat de bedenktijd in op het moment dat u de dienst bestelt. Koopt u een combinatie van de twee, dan gaat de bedenktijd in op het moment dat u het product krijgt. Let op: ondanks het feit dat een koop als een koop op afstand gekwalificeerd kan worden, kan het zo zijn dat er geen bedenktijd bestaat. Dit is bijvoorbeeld het geval als:
  • U een reis, vervoer of andere vorm van vrijetijdsbesteding koopt,
  • U producten speciaal laat maken, bijvoorbeeld een gegrafeerde pen, maatpak of fotoalbum naar eigen ontwerp,
  • U producten koopt die snel kunnen bederven.
Kwalificeert uw koop een koop op afstand en wilt u van het product af, dan moet u dit dus binnen de 14 dagen bedenktijd aan de verkoper laten weten. Bewaar het bewijs dat u aan deze plicht heeft voldaan dan ook goed (bewaar bijvoorbeeld de e-mail of het verzendbewijs van de brief). Als u zich aan de wettelijke bedenktijd houdt dan is de verkoper verplicht u uw geld terug te betalen, ook de eventuele bezorgkosten dienen dan terug betaald te worden. Er mogen, door het ongedaan maken van de koop, geen extra kosten in rekening worden gebracht door de verkoper. Let wel: op het moment dat u maar een deel van de bestelling terugstuurt, u heeft bijvoorbeeld twee dvd’s besteld en stuurt er maar één terug, dan hoeft de verkoper de bezorgkosten niet terug te storten. Heeft u na het lezen van dit antwoord nog steeds geen antwoord op uw vraag, neem dan gerust contact met ons op.
Ik wil de koop van een reeds bestelde keuken/badkamer annuleren, maar de leverancier stelt dat ik 30% van de aanschafprijs moet voldoen. Mag dit zomaar?
Nagenoeg alle professionele partijen die dergelijke producten leveren, hanteren algemene voorwaarden. In die voorwaarden is vaak een bepaling opgenomen waarin staat dat bij annulering van de koopovereenkomst een bepaald percentage van de aanschafprijs alsnog moet worden voldaan. Het is dus erg belangrijk om de toepasbare algemene voorwaarden er op na te slaan, indien deze op de juiste wijze bekend zijn gemaakt voor de koper. De Centrale Branchevereniging Wonen, waar veel winkels bij zijn aangesloten, hanteren een annuleringsbeding van 30%, dit loopt op tot 50% als de verkoper in kennis is gesteld dat er geleverd kan worden. In een sommige gevallen wordt een annuleringsbeding door rechter ‘onredelijk bezwarend’ geacht. De verkoper moet namelijk aantonen dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden en deze schade moet precies worden berekend. Het verschilt per geval of het beding rechtsgeldig is.
Ik heb niet betaald. Hoe hoog mogen incassokosten zijn?
Als u een rekening niet heeft betaald, dan mag een schuldeiser kosten bij u in rekening brengen om het openstaande bedrag van u te krijgen. Dit worden incassokosten genoemd. De hoogte van eventuele incassokosten is wettelijk vastgesteld, zodat consumenten geen onredelijke hoge incassokosten betalen. Voor consumenten is er een regeling waarbij een maximum aan incassokosten is gesteld. De incassokosten worden berekend door een maximumpercentage over de hoofdsom (niet over de rente) met een minimumbedrag van € 40. Hoe hoger de rekening, hoe lager het percentage. Zowel schuldeisers als incassobureaus moeten zich houden aan de maximale tarieven. Maximale incassotarieven
Factuurbedrag (zonder rente) Maximale incassokosten in percentages
Over de eerste € 2.500 * 15%
Over de volgende € 2.500 10%
Over de volgende € 5.000 5%
Over de volgende € 190.000 1%
Over het meerdere 0,5%
* Er geldt een minimum van € 40,-. Rekenvoorbeeld incassokosten U heeft een bankstel gekocht van € 3.500 en u heeft de rekening niet op tijd betaald. Uw incassokosten zijn 15% over de 1e €2.500 (= € 375) en 10% over de volgende € 1.000 (= € 100). In totaal betaalt u € 475. Let op: voor rekeningen van voor 1 juli 2012 kunnen de incassokosten anders zijn. Bovendien kunnen voor andere schuldeisers, zoals de overheid, ook weer andere regels gelden. Als er meerdere rekeningen openstaan, dan mogen er alleen incassokosten worden berekend over het totaal van deze rekeningen. Daarnaast mag een schuldeiser of incassobureau geen overige kosten in rekening brengen voor het innen van het openstaande bedrag. Dergelijke kosten zoals administratiekosten, aanmaningskosten of herinneringskosten mogen naast de incassokosten dus niet in rekening worden gebracht. U bent echter wel wettelijke rente verschuldigd over het openstaande bedrag. Daarnaast mag het incassobureau ook BTW berekenen over het opstaande bedrag. Betalingsherinnering Schuldeisers en incassobureaus zijn verplicht een betalingsherinnering (aanmaning) te versturen. U moet 14 dagen de tijd krijgen om het openstaande bedrag te betalen. In de betalingsherinnering moet worden gemeld dat er incassokosten in rekening kan worden gebracht. Daarnaast moet worden vermeld hoe hoog deze incassokosten mogen zijn. Als betaling uitblijft, dan moet u incassokosten betalen. Let op: voor openstaande rekeningen voor 1 juli 2012 is het ontbreken van een betalingsherinnering geen reden om de incassokosten niet te betalen. Heeft u vragen over in rekening gebrachte incassokosten? Neemt u dan contact met ons op.
Wanneer ik een bod uitbreng op een online veiligsite, ben ik hier dan aan gebonden?
eBay is een veilingsite volgens het principe van bieden bij opbod. Wie het hoogste bod heeft gedaan op het moment dat de veiling afloopt, heeft het product tegen dat hoogste bod gekocht. Een bod is bindend: als u aan het einde van een veiling de hoogste bieder bent of zodra u bij aanbiedingen met een vaste prijs op “Nu Kopen” klikt, moet u het object kopen. Slechts in bepaalde gevallen is het mogelijk het bod in te trekken of te annuleren. Het Nederlandse Marktplaats werkt op een iets andere manier. Dit is namelijk een advertentiesite met de mogelijkheid tot bieden. Dit is een  zogenaamde ‘uitnodiging om in onderhandeling te treden’. Zo’n uitnodiging is niet bedoeld om direct na aanvaarding een overeenkomst tot stand te brengen. Een bod is niet bindend en verplicht u niet tot aan- of verkoop. Door te bieden kunt u als koper aan de adverteerder laten weten dat u geïnteresseerd bent in het product. Uw bod wordt vermeld in de advertentie, samen met biedingen van andere adverteerders. Zodra u een bod heeft geplaatst, ontvangt de verkoper een bericht met uw bod. U kunt uw bod zelf verwijderen als u afziet van uw bod. Bijvoorbeeld als u inmiddels een vergelijkbaar product heeft gekocht. Let dus goed op!
en_GB
nl_NL